Sinds 1 januari 2026 is de fiscaliteit van bedrijfswagens in België fundamenteel gewijzigd. Wat al enkele jaren in de steigers stond, is nu realiteit: de wetgever stuurt ondernemingen resoluut richting een emissievrij wagenpark. Voor ondernemers en vennootschappen betekent dit niet alleen een wijziging in fiscale optimalisatie, maar ook een strategische herziening van mobiliteit. We gidsen je door de aanpassingen.
Einde fiscale aftrekbaarheid voor verbrandingsmotoren
De meest ingrijpende maatregel is zonder twijfel de afschaffing van de fiscale aftrekbaarheid voor voertuigen met CO₂-uitstoot. Concreet: bedrijfswagens met een klassieke verbrandingsmotor (benzine of diesel), maar ook hybride voertuigen, die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht of geleased, zijn niet langer fiscaal aftrekbaar.
Dit geldt niet alleen voor de aanschafprijs, maar ook voor alle bijhorende kosten zoals brandstof, onderhoud, verzekeringen en verkeersbelasting. Deze kosten worden dus volledig verworpen uitgaven, met een directe impact op de belastbare basis.
Belangrijk hierbij is niet de leveringsdatum van het voertuig, maar de datum van ondertekening van de bestelbon of het leasecontract. Die datum bepaalt welk fiscaal regime van toepassing is. Wagens waarvoor de bestelbon of het contract vóór 1 januari 2026 werd ondertekend, blijven gedurende hun volledige looptijd onder het bestaande overgangsregime vallen.
Elektrische wagens fiscaal de meest interessante oplossing
Elektrische bedrijfswagens blijven de enige categorie die fiscaal aantrekkelijk blijft. In 2026 genieten zij nog van een aftrekbaarheid van 100%. Toch is ook hier een nuance op zijn plaats. De aftrekbaarheid wordt de komende jaren geleidelijk afgebouwd: voertuigen aangeschaft vanaf 2027 zullen bijvoorbeeld nog voor 95% aftrekbaar zijn, met een verdere daling richting 67,5% tegen 2031.
Daarnaast verdwijnen bepaalde fiscale voordelen gedeeltelijk. Zo zijn elektrische voertuigen vanaf 2026 ook onderworpen aan belasting op de inverkeerstelling (BIV) en jaarlijkse verkeersbelasting in Vlaanderen, al blijven deze relatief beperkt.
Wat met plug-in hybrides?
Plug-in hybrides verliezen grotendeels hun status als fiscale “tussenoplossing”. Toch heeft de wetgever voor zelfstandigen en eenmanszaken die onderworpen zijn aan de personenbelasting, een specifiek regime uitgewerkt.
Voor plug-in hybrides die door een zelfstandige of eenmanszaak (in de personenbelasting) worden aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2026, wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën autokosten. Brandstofkosten (benzine of diesel) zijn vanaf deze datum niet langer fiscaal aftrekbaar (0%). Elektriciteitskosten daarentegen blijven aftrekbaar volgens het gunstige regime dat geldt voor volledig elektrische voertuigen (100% voor aankopen in 2026).
Voor de overige autokosten, zoals onderhoud, verzekeringen en verkeersbelasting, geldt een afzonderlijke aftrekberekening op basis van de specifieke gramformule:
120% – (0,5% × aantal gram CO₂-uitstoot per kilometer)
Daarnaast voorziet de wetgever in een bijkomende versoepeling voor zogenaamde “echte” plug-in hybrides met een CO₂-uitstoot van maximaal 50 gram per kilometer. Wanneer de toepassing van de formule leidt tot een hoger aftrekpercentage, wordt de algemene aftreklimiet van 75% voor deze voertuigen doorbroken. Voor wagens die specifiek in het kalenderjaar 2026 worden aangeschaft, kan dit aftrekpercentage via de formule zelfs oplopen tot maximaal 100%. Dit verkregen percentage blijft vervolgens behouden voor de gehele gebruiksduur van het voertuig. Voor aankopen vanaf 1 januari 2027 treedt een stapsgewijze afbouw in werking, waarbij het maximale plafond voor nieuwe contracten daalt naar 95%.
Ook voor hybrides aangekocht tussen 1 juli 2023 tot 31 december 2025 kan het aftrekpercentage vanaf 2026 hoger zijn dan 75% voor wagens met een CO2 uitstoot van max 50%.
Andere fiscale gevolgen
De hervorming heeft ook impact op andere aspecten:
- Het voordeel alle aard (VAA) blijft bestaan, maar stijgt in de praktijk doordat de referentie-CO₂-waarden dalen.
- Vzw’s en andere entiteiten die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting worden vanaf 2026 geconfronteerd met de nieuwe aftrekbeperkingen voor autokosten. Daarmee verdwijnt een belangrijk verschil met de vennootschapsbelasting.
- De btw-aftrekbaarheid blijft voorlopig ongewijzigd en afhankelijk van het beroepsmatig gebruik (maximaal 50% bij gemengd gebruik).
- Voor wagens aangeschaft vóór 1 januari 2018 wordt de minimale fiscale aftrekbaarheid van 75% vanaf aanslagjaar 2027 geleidelijk afgebouwd.
- Het forfait van €0,15 per kilometer voor woon-werkverkeer met de eigen wagen wordt aangepast. Wanneer autokosten volgens de algemene regeling niet aftrekbaar zijn, vervalt ook dit woon-werkforfait.
- De aftrekbeperking geldt eveneens voor autokosten die via een kilometervergoeding of terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever worden vergoed. Ook deze vergoedingen volgen voortaan het fiscale regime van de onderliggende autokosten. Voor plug-in hybrides kan dit betekenen dat er een opsplitsing moet worden gemaakt tussen elektriciteitskosten, brandstofkosten en overige autokosten.
Wil je hier meer informatie over, dan geven we je die graag.
Ga strategisch om met mobiliteit
Investeren in een wagen met CO₂-uitstoot wordt fiscaal afgestraft. Elektrificatie is niet langer een optie, maar een noodzaak voor je bedrijf. Mobiliteit is niet langer een operationele kost, maar een strategische keuze. Wil je je wagenpark herbekijken, dan evalueren we graag met je mee. Tijdig analyseren is nuttig om onaangename fiscale verrassingen te voorkomen. Maak een afspraak, de koffie staat alvast klaar.